Amerikaanse eetcultuur

Amerikaanse eetcultuur: Quarter Pounder Deluxe

posted in Reizen

Amerikaanse eetcultuur: Quarter Pounder Deluxe

Ik staar een beetje verweesd en met licht grommende maag naar de foto’s op de reuzachtige pop up menu’s in de Food Court van het National Air & Space Museum, waar het jongetje in mij net twee uur lang heeft genoten van de indrukwekkende vliegende tuigen en bijhorende verhalen van de onverschrokken piloten die er mee in de geschiedenis vlogen, de ene al wat fataler dan de andere. Ik ben die ochtend van Arlington Cemetery langs alle War Memorials tot op de Mall gelopen en ben nu toe aan een lichte en gezonde hap om mijn museummarathon verder te kunnen zetten.

Op de foto’s voor mij zie ik zo’n vijftien verschillende hamburgers en zeven variëteiten broodjes waar zoveel calorieën inzetten dat Sonja Kimpe moeiteloos drie nieuwe seizoenen van Je bent wat je eet zou kunnen maken met de onverlaten die hier af en toe komen eten. Ergens helemaal links zie ik één kleine foto waar twee slaatjes opstaan. Een BBQ salad met BBQ-saus, stukjes spek en aardappelen, en een South West Salad met gegrilde kip, croutons en chilisaus. Overal staan overigens netjes de calorieën vermeld. Bij de hamburgers vind ik niks onder de 520cal (met pieken tot 990 cal) en de slaatjes gaan ook al niet onder de 350 calorieën. Heerlijk als er geen alternatief is natuurlijk, en dus bestel ik met de glimlach een Deluxe Quarter Pounder, 540 calorieën heerlijk prime rundsvlees, cheddar, tomaten, sla, pickles, uitjes, mayo en mosterd. En dat allemaal tussen een knapperig broodje met sesamzaadjes. En nu ik me toch aan het laten gaan ben, bestel ik nog een grote portie frietjes én een medium diet Coke, die hier qua volume het equivalent is van een middelgrote jacuzzi bij ons. In de rij naast mij staat een gezin een eindeloze bestelling af te ratelen. Ik oordeel nooit over mensen hun omvang, maar ik vraag me bij dit gezin af hoe zij in godsnaam tot aan dit museum zijn geraakt. Wandelen of fietsen moeten verre herinneringen voor deze familie zijn, en zelfs het zoontje, die ik niet ouder dan veertien schat, draagt kleren die zo’n oversized groot zijn dat de gemiddelde scoutsgroep er met gemak er een grote kamptent van zou kunnen maken.

In de foodcourts kan je à volonté refills van die reusachtige frisdrankbekers nemen, en ook de sauzen én het ijs (McIce) zijn gratis en zonder enige beperking beschikbaar.

Eigenlijk is het waanzinnig om te beseffen dat ik in een overheidsmuseum ben, en dat er – net als in zowat alle andere musea – géén enkele mogelijkheid is om gezond te eten. De foodcourts zijn letterlijk “refill” plaatsen waar Amerikanen snel en zonder enig bewustzijn of passie voor lekker eten zoveel mogelijk calorieën in hun maag stoppen. Ze worden geëxploiteerd door de grote fastfoodketens en het is bijna misdadig te noemen dat de overheid nauwelijks ingrijpt.

Het vat goed samen waarom de Amerikaanse eetcultuur nog steeds één van de grootste problemen vormt die dit land onderhuids – excusez-moi le mot – opvreet. Iedereen die al in de Verenigde Staten is geweest, zal kunnen bevestigen dat je nergens ter wereld zoveel extreem zwaarlijvige mensen ziet, die zich gedwee volproppen met de overal dominant aanwezige suikers en vetten, giant refillcup in de hand, etend op momenten waarop je eigenlijk niet hoort te eten. In de auto, tijdens het kijken naar een sportwedstrijd, in een pretpark, overal…

Maar het kan ook anders. Die avond drink ik een Gouden Carolus Classic met ex-VRT USA correspondente Greet Dekeyser en haar man Bart Vandaele, de topchef die hier in Washington twee Belgische restaurants runt: Belga Café en het vorig jaar nieuw geopende Btoo. Met Sultan Sushi hebben we enkele jaren geleden met Lieve Blancquaert voor het programma Made in Belgium een reportage over Bart gedraaid en dus wil ik hen even gedag komen zeggen.

Vandaele behoorde tot de gouden generatie afgestudeerden van de Brugse kokschool Ter Groene Poorte, samen met o.m. Wout Bru, Sergio Herman en Dominique Persoone. Hij perfectioneerde zich bij leermeesters als Piet Huysentruyt en Roger Souveryns en trok eind vorig millenium naar Washington DC om er te gaan koken voor de Nederlandse ambassadeur. Daar leerde hij de Greet kennen die als correspondente Washington als vaste standplaats had. De twee werden een stel en Vandaele opende in 2004 het allereerste Belgische restaurant in de hoofdstad, Belga Café. Het concept werd een instant succes, en de Amerikanen liepen storm voor de Belgische bieren, mosselen, wafels en chocoladedesserts.

En dus zit ik nu bij Greet en Bart aan de indrukwekkende toog van Btoo. Het pand heeft een perfecte ligging in de snel opkomende trendy en bruisende buurt van 14th Street NW. Binnen ademt alles klasse en authenticiteit uit. Speciaal uitgekozen stoelen in verweerd kalfsleer, mooi bestek en servetten met Btoo signatuur. Achter de toog een werkelijk indrukwekkende batterij tapinstallaties waar hij naast de al populaire Stella en Hoegaarden ook bieren als Straffe Hendrik, Sint Bernardus en La Chouffe tapt. De lijst van de bieren op fles is zo mogelijk nog veel indrukwekkender, van Gouden Carolus tot zowat alle grote Trappist bieren.

Wanneer ik over de eetcultuur van de Amerikanen begin, bevestigt Greet wat ik al wist: “Eten is voor Amerikanen een pure noodzaak, een commodity. Toen we hier kwamen was er amper sprake van een echte culinaire cultuur in DC. Amerikanen gaan niet zoals wij eventjes een paar uur genieten van culinaire hoogstandjes in een toprestaurant. Ze willen snel en veel eten. Vandaar dat het hier heel normaal is dat men je bord komt afruimen op het moment dat je je bestek hebt neergelegd, ook al is de rest van de tafel nog bezig.”

Niet zo bij Bart en Greet. De Amerikanen die ik hier zie, zijn zich blijkbaar toch wel bewust van de fijne kwaliteiten van de Belgische keuken en laten zich uitgebreid informeren over de gerechten én de bieren die erbij horen. Er wordt genipt, geproefd van elkaars bord en instemmend geknikt als een stel naast mij van elkaars Duvel en respectievelijk La Chouffe proeft. Een half uur later zie ik de vrouw wel gevaarlijk wankelend richting toilet gaan en valt de man zijn rechteroog een beetje onbedaarlijk toe.

Als ik dat zie, besluit ik dat er toch nog hoop is voor Amerika. En besluit ik vervolgens dat ik morgenochtend toch maar even naar de fitness ga.

error: