Een daguitstap naar Senegal

Een daguitstap naar Senegal

posted in Reizen

Een daguitstap naar Senegal

“Kom je morgen met ons mee naar Senegal?”, vraagt Manon. “We maken een daguitstap naar Ziguinchor.”
“Is daar iets te bezichtingen?”
“Jaja, tuurlijk, een kathedraal en een markt met allerlei winkeltjes waar je specerijen, textiel en voeding kan kopen. Neem naast je paspoort eveneens je gele boekje met inentingen mee want dat wordt aan de grens gecontroleerd.”

Het aanstekelijke enthousiasme waarmee deze studente geneeskunde haar hele verhaal doet, kan ik niet negeren. Vermits ik graag onderweg ben, lijkt de rit me evenzeer de moeite, voor mij mogelijk zelfs boeiender dan de eindbestemming op zich. En de lege pagina’s in mijn paspoort raken zo aardig opgevuld.

En zo rijd ik de volgende ochtend om 8u in het gezelschap van vier vrouwen met de bush taxi richting Serrekunda waar het wemelt van winkeltjes, marktjes én taxi’s. “Hello. You need taxi? I can give you good price”, is een veel gehoorde openingszin. Als enige blanken in het straatbeeld krijgen we constant deze vraag naar ons hoofd geslingerd. Dit drukke stadje is tevens een knooppunt, een terminus zeg maar, van waaruit je allerlei nieuwe bestemmingen kan bereiken. Hier stappen we over en met een gewone taxi rijden we tot Seléti, de grensovergang tussen Gambia en Senegal. Na een rit van 45 minuten op de krappe achterbank van een gamele Peugeot Break bereiken we de grens.

Na een paspoortcontrole door enkele gewapende militairen lopen we door naar de douane voor een stempel, de eerste uit een reeks van vier. Nadien rijden we even door niemandsland om bij de Senegalese grens dezelfde procedure te doorlopen, maar dan in het Frans, de ambtenaren en militairen kennen geen Engels.

“Besoin taxi? Changer argent? Change money?”

We hebben nauwelijks voet op Senegalese bodem gezet of we worden overspoeld door verkopers en taxichauffeurs. We zijn met moeite met één been uit de wagen gestapt en we krijgen van iedereen (zogezegd) hun beste prijs aangeboden. Kunnen ze dat niet allemaal?

Aan de Senegalese grenspost heerst geen grote drukte al worden wij als toeristen, weliswaar in gebrekkig Frans en Engels, constant aangeklampt. Na het nodige onderhandelen kunnen we een handvol Afrikaanse Frank (CFA) wisselen om de taxi naar Ziguinchor te betalen. De rit op zich is al een hele belevenis met geregeld controleposten van het leger en de politie waar we onze paspoorten moeten tonen. Aan één controlepost doorzoekt de politie onze tassen. In principe mag je geen Dalasis (Gambiaanse munt) uitvoeren en bij het uitstappen van de wagen moffel ik al mijn geld in mijn broekzak. De controle verloopt vlot en blijft zonder gevolgen. De politie schenkt geen aandacht aan de Dalasis die in onze portefeuilles steken, noch aan mijn fotomateriaal. Bij dergelijke controles weet je maar nooit dat ze extra geld vragen om te mogen verder rijden. Ik heb de indruk dat de controles eerder als bezigheidstherapie dienen, maar ik besluit wijselijk om in aanwezigheid van de agent mijn mening niet luidop te verkondigen.

Vanwege de controles en het laden en lossen van goederen onderweg, arriveren we later dan voorzien en is ons bezoek in Ziguinchor van korte duur. Na een hapje uit de lokale keuken brengen we een bezoek aan de kathedraal en de overdekte markt waar het krioelt met winkeltjes, je kan het nog het best met een Grand Bazaar vergelijken. De brandende zon ontneemt me de goesting om te fotograferen. Ik kijk rond en snuif de sfeer op, alhoewel de doordringende geur van grote hoeveelheden stinkende vis mijn reukorgaan ontregelt.

In de vooravond haasten we ons richting de terminus want vanaf 17 à 18u rijden er geen taxi’s meer tot Seléti. En trouwens, de Senegalese grenspost sluit om 19u30 de deuren. De terugrit kent een gelijkaardig verloop met controles van militairen en politie. De deuren en de motorkap zitten los, maar dat is voor de chauffeur geen reden tot paniek wanneer ik hem daarop wijs: “Sécurité OK”, zegt hij. Ja, dat zal wel. Aan de Gambiaanse grenspost zijn we nog getuige van een korte ceremonie waarbij enkele vlaggen worden binnengehaald en opgerold. Niemand mag weg en iedereen moet zwijgen. Gedurende een vijftal minuten slaan we het tafereel gade. Naast mij staat een militair zijn onderdanen toe te schreeuwen wat ze moeten doen. Eén van de vlaggen hangt bovenaan vast en enkele ambtenaren proesten het uit, ook de militair naast mij kan een lach niet onderdrukken. Wanneer de vlag uiteindelijk losgerukt wordt, kan men de ceremonie hervatten. De ambtenaren lopen in het gelid naar het gebouw al gebeurt dat niet bijster synchroon. De militair die de instructies geeft, kan duidelijk wat bijscholing gebruiken: “left, hight, left, hight” , roept hij ze toe. Moet dat niet zijn: “left, right, left, right”? Geen wonder dat de choreografie de mist in gaat.

Na vijf minuten dolle pret, binnensmonds weliswaar, rijden we stilaan terug naar ons hotel, in het zoveelste rijdende autowrak, deze keer zonder deurhendels aan de binnenzijde, die zijn vervangen door koorden waar je aan moet trekken. Over de auto’s kan ik anders ook een heel artikel wijden want de taferelen die je hier ziet, zijn best wel grappig. Geen enkele van die wagens zou bij ons door de technische keuring geraken.

Zoals ik aan het begin schrijf, lijkt de rit boeiender dan de eindbestemming en dat is voor mij alleszins zo gebleken. Nog iemand die ergens een bezoekje wil organiseren waar een lange rit aan gekoppeld is? Count me in!

4 comments

  1. hello Serge,
    Wat fijn dat ik hier je trip kan volgen, en je humor heb je meegenomen, zie ik hier.
    Heel grappig en goed verteld!
    Amaai dat van die auto’s, en dan die ambtenaren en de vlag, super jong!
    Nog een fijne reis hoor, en ik kom hier kijken hoe het verloopt.

  2. Serge, nog geen airbus van het Belgisch leger aangeboden gekregen om je terug te brengen?
    Een tip voor een boeiende rit: nog eens de grens over naar Senegal en dan van Dakar pakweg naar Parijs?
    Fijn project! Proficiat met je engagement.

  3. Ruth, ik ben veilig thuisgeraakt via de chartervlucht. Een airbus is te kostelijk voor het handvol Belgische toeristen in Gambia 🙂

    Over land zie ik zeker zitten, met een 4×4 jeep of zoiets, moet wel een avontuur zijn.

Comments are closed.

error: