Reportage

Op bezoek in de spookstad Pripyat

Kernramp Tsjernobyl Pripyat

In 2006, twintig jaar na de kernramp in Tsjernobyl, reisde ik naar het getroffen gebied en bezocht ik enkele bewoners van de streek die na de ramp naar hun huizen zijn teruggekeerd. Deze fotoreportage was mijn eindwerk tijdens de opleiding Fotokunst aan de academie in Anderlecht. Het Studiecentrum voor Kernenergie in Mol heeft tal van technische vragen beantwoord die ik in mijn reisverslag heb verwerkt. Op 26 april 2016 is het dertig jaar geleden dat deze kernramp plaatsvond. Deze maand publiceer ik een aantal fragmenten uit dat verslag van 2006.


Onderweg naar Pripyat vraagt Maxim of ik de vorige avond nog prostituees gezien heb. “Il y en a des putes à Chernobyl, mais elles sont contaminées”, grapt hij. Ondanks de gigantische gevolgen die deze nucleaire ramp heeft veroorzaakt, kan ik zijn zwarte humor wel best smaken.

Wanneer we de stad binnenrijden, vraag ik aan Maxim of men van plan is om ze ooit af te breken. “Neen”, antwoordt hij, “men gaat de tand des tijds zijn werk laten doen. Het heeft geen zin om hier geld aan te spenderen, de stad is vanwege de hoge straling voorgoed onbewoonbaar verklaard”.

Na een klim van zestien verdiepingen bevind ik me op het dak van het hoogste gebouw van Pripyat. De gebouwen van de stad rijzen als betonblokken tussen de wildgroeiende bomen uit. De gebouwen vertonen haast geen verschillen wat kenmerkend is voor de typische communistische bouwstijl: grijs of wit beton, geen creativiteit, geen architecturale hoogstandjes. Rondom de stad heb je niets dan enorme lege vlaktes. De horizon lijkt oneindig ver weg. In de verte loert het gevaar: de kerncentrale is slechts een paar kilometer hier vandaan en vormt het enige obstakel in de voorts vlakke lijn van de horizon.

De koude wind die over het dak van het gebouw raast, maakt dat we niet lang boven blijven. Geleidelijk aan zullen we de verdiepingen verkennen en appartementen bezoeken. Het valt me op dat er behoorlijk wat restanten van piano’s terug te vinden zijn. Maxim vertelt me dat de piano één van de populairste muziekinstrumenten onder de Sovjetbevolking was.

pripyat

Van de appartementen is niet veel overgebleven. Hier en daar een lege kast, een kapotte zetel, een verroest kookfornuis, veringen van matrassen, een gebroken lavabo of badkuip. Vele van die badkuipen zijn destijds gestolen en voor grof geld doorverkocht. De vloeren liggen bezaaid met papier, karton, boeken, afgebladderde verf of loshangend behangpapier. Onze voetstappen klinken hol in de donkere gangen, er valt weinig licht binnen, het voelt akelig aan. De wind giert doorheen de gangen en openstaande deuren. Buiten het gekletter van ijzeren platen en dichtslaande deuren hoor je er enkel het onheilspellend huilen van de wind. Het geeft je het gevoel dat er nog leven in het gebouw aanwezig is.

Volgens Maxim telt de stad verschillende peutertuinen en scholen voor lagere en middelbare graad. Wat rest zijn ingeslagen ruiten, afgeschilferde muren, verrotte deuren, verroeste instrumenten in de chemieklas, graffiti op de borden, gebroken zitbanken en stoelen, vloeren bezaaid met versleten school- en leerboeken, papier en foto’s. Vergeelde portretten van Lenin hangen scheef aan de muur. Naast één van de leslokalen staat een wand, beschilderd met figuren van kinderen die allerlei activiteiten uitoefenen. Het zijn getuigenissen van een verdwenen glorie. De hele leefwereld van toen ligt nu letterlijk en figuurlijk op de grond.

De natuur overwint altijd de door de mens veroorzaakte ellende. Getuige daarvan zijn de takken van de bomen die de lokalen binnen groeien. Zij hebben sinds de ramp jaar vrij spel. Pripyat staat trouwens vol met bomen. Het is meestal zelfs zo erg dat ze de toegang tot de gebouwen versperren. Het lijkt dat ze een gezamenlijk complot smeden en de mens de toegang ontzeggen omwille van de verwoestingen die hij heeft aangericht. Alsof ze de stad opnieuw willen inpalmen en ze opeisen als eigendom van moeder natuur.

pripyat

You Might Also Like

No Comments

    Leave a Reply

    error: